Vrijwilliger: Luna Slot

Opeens staat ze voor mijn neus. Luna heet ze. Luna Slot. Ze heeft, vertelt haar pleegvader Patrick Ruben, een verhaal. Een indrukwekkend verhaal. Een mooi verhaal eigenlijk ook. Een verhaal dat in deze setting, die van de Invictus Games, past. Sinds twee maanden weet Luna, 19 pas, dat ze PTSS heeft. En deze week werd ze daar, op de Invictus Games, letterlijk mee geconfronteerd. Tijdens haar werk als vrijwilliger verstijfde ze. Het lukte niet meer. Ze kwam tot zichzelf door haar verhaal op te schrijven. En wilde het nu, graag, aan iemand voorlezen.

Edward Swier

Vorig jaar nog was ze vrijwilliger bij de Formule 1 op Zandvoort. ‘Ik ben gek op sport. Het betekent alles voor me.’ Dat blijkt nog een heel verhaal. Van huis uit kon ze voorheen nooit sporten, terwijl het wel het liefste was wat ze deed. Daarom kan ze nu zomaar op slot schieten als ze sportwedstrijden ziet. Of een bijdrage eraan levert. Daarom ook was het in eerste instantie niet haar opzet om als vrijwilliger te assisteren langs de zijlijn van het veld. Maar goed, toch stond ze op de lijst om een taak te vervullen bij de rolstoelbasketbaldemonstraties.

Ze had ’s morgens op weg naar het park, zo leest me voor, ‘de monsters’ in haar hoofd al laten weten ‘vandaag geen tijd voor ze te hebben.’ Vanaf dat moment zat ze al opgesloten in haar hoofd. ‘Ik geraak steeds gefrustreerder, verlies de controle. Patrick zal het twee keer zo druk krijgen vandaag. Hij is net als ik vrijwilliger op een evenement en moet op mij letten omdat ik de paniek en stress niet meer kan controleren.’  Op het terrein herinneren de legervoertuigen haar aan een verloren meisjesdroom, ze wilde graag verpleegkundige in het leger worden.

Eenmaal aan de slag bij het rolstoelbasketbal ging het echt mis. Toen een bal haar kant oprolde en ze deze terug wilde gooien, ging dat niet. De bal kwam haar handen niet meer uit. Want als ze dat zou doen, dan zou ze – vertelden de stemmen – nooit meer een bal mogen aanraken.

Patrick her- en onderkende de situatie meteen. Hij verliet zijn post en ving haar op. Sinds een jaar woont Luna bij de familie Ruben in huis. Ze was het vriendinnetje van Patricks zoon. “We merkten al langer dat het niet altijd even goed ging met Luna. Dat ze eigenlijk niet thuis bij haar ouders kon blijven wonen, zeker niet met corona. Aanvankelijk zou ze het voor een paar maandjes bij ons proberen, maar inmiddels is het een jaar.”

In die tijd probeerde Patrick op zijn ‘janboerenfluitjes’ Luna te helpen als ze last van stress kreeg. Een onderzoek door artsen leverde deze winter de indicatie PTSS op. Luna is daar niet per se blij mee, dat ze nu weet wat ze heeft. “Ze heeft nu het stempel hè”, zegt Patrick. “Het is tijd dat ze de voordelen daarvan gaat zien.” In gesprekken met deelnemers aan de Invictus Games blijkt wel dat zij juist baat hadden bij de vaststelling dat ze PTSS hebben. Het erkennen daarvan, en het bespreekbaar maken, was de eerste stap op weg naar herstel.

Ze verhaalt in haar brief over het moment dat ze in het Zuiderpark besloot haar verhaal te delen met de vrijwilligerscoördinator. Waar ze zich nutteloos voelde, omdat ze was afgehaakt bij het rolstoelbasketbal, besloot ze nu eens eerlijk te zeggen waarom het niet lukte. PTSS. “Voor het eerst sinds ik 2 maanden geleden de diagnose kreeg gaf ik toe aan mijn geestelijke beperking.’’ Ze verwachtte een boze reactie, maar kreeg louter begrip.

Op de Invictus Games vindt ze dan ook meer dan genoeg lotgenoten. Van de 500 deelnemers aan de Invictus Games heeft ruim de helft PTSS opgelopen, meestal in oorlogssituaties. Er is speciale opvang voor hun, van ‘nuldelijns’. Luna: “Het is natuurlijk niet iets dat je heel makkelijk aan een ander vertelt. Zeker niet buiten je directe kring. Ik loop er hier dus ook niet mee te koop, maar heb al wel wat gesprekjes aangeknoopt met andere vrijwilligers en deelnemers aan de Invictus Games. Meestal vraag ik mensen naar hun hobby’s, je weet dan nooit waar het verhaal uiteindelijk heen gaat.”

Zelf volgt ze een opleiding tot verpleegkundige. Dan ook gaat het over de GGZ, de geestelijke gezondheidszorg. “De ene dag kan ik beter met die verhalen omgaan dan de andere. Soms word ik er zenuwachtig van.” Een combinatie van woorden kan, legt Patrick uit, van alles bij haar triggeren. “Dan schakelt ze in de standby-stand. Gelukkig is dat meestal voor een paar seconden, soms voor een paar minuten of enkele uren. Ze heeft het geluk dat het nooit dagen duurt.”

Op school kan Luna met een enkeling over haar problemen praten. Met bijvoorbeeld de vakdocenten van het vak GGZ en haar mentor. De ervaringen van Invictus Games-deelnemers leren dat juist dat helpt. PTSS is niet iets om je voor te schamen. Luna weet dat sinds deze week ook. Ze was er zondag, in de rozentuin in het Zuiderpark, voor gaan zitten. Had haar hele verhaal op papier gezet. En wilde dat nu graag delen.

Met Luna komt het goed. Als ze na de Invictus Games weer terugkeert naar het Groningse Scharmer is ze een heleboel ervaringen rijker. En het besef dat er een luisterend oor is als ze haar verhaal kwijt wil.