Vrijwilliger: Hannie Page

Hannie Page is permanent met Invictus Games bezig

Je zou haar de eerste onder gelijken kunnen noemen. Hannie Page (54) is in Den Haag vijf dagen te vinden achter de Infodesk van het Nations Home. Als je met haar over het terrein loopt, wordt ze door velen herkend en gehugd. Haar gezicht is bekend van Facebook. Ze heeft in 2016 het ‘Invictus-virus’ opgelopen en hoopt er nooit vanaf te komen. Als officiële vrijwilliger was ze ook al op de vorige edities in Toronto (2017) en Sydney (2018) aanwezig.

Wat maakt haar bijzonder? Ze is als frequent social mediagebruiker al rond Orlando (2016) een Facebookgroep gestart. In eerste instantie voor vrijwilligers om hun ervaringen te delen. Dat waren destijds zo’n 20 leden. Voor elke editie maakt zij een nieuwe groep aan. Het aantal leden groeit, ondanks haar strikt toelatingsbeleid gestaag. Toronto 536, Sydney 717, Den Haag 918 en Düsseldorf nu al 494.

Hannie benadrukt dat zij absoluut geen verwarring wil met de officiële groepen. Voor Den Haag heet haar groep daarom ‘Volunteers and supporters Invictus Games The Hague (unofficial)’. Ter geruststelling voor sceptici: “Ik weet veel meer dan ik post, de info die ik deel, moet bevestigd zijn. Ik wil niemand tegen de haren instrijken.” Daarom controleert zij alles voor plaatsing.

Door een documentaire op YouTube hoorde ze over Orlando 2016. Zonder enige achtergrond met veteranen werd ze erdoor gegrepen. Dat ze in haar leven ook wel een diep dal heeft gekend, helpt een klein beetje, maar ze wil absoluut niet pretenderen dat ze begrijpt wat een veteraan allemaal doormaakt. Ze vond dat de grote media weinig belangstelling toonden voor veteranen en de Invictus Games. Ze wilde een platform bieden waarin gelijkgestemden naar elke editie kunnen toeleven.

Dat het aansloeg blijkt ook uit de variatie van leden nu: vrijwilligers, veteranen, family&friends en supporters. In Toronto werd de ceo van de organisatie, Michael Burns, zelfs lid. In Sydney was de organisatie wat afstandelijker, maar een Australische deelnemer noemde haar groep een ‘Lifesaver’. Uit waardering kreeg ze hier een Deens teamshirt en een waarderingsmunt van het Iraakse team. Na Sydney kreeg ze al een dergelijke waarderingsmunt van Kees Matthijssen, toenmalig plaatsvervangend Commandant van de Landmacht.