Alles over sport: #4 – Zwemmen

De Invictus Games worden volgend jaar alsnog gehouden, van 29 mei tot 5 juni, in Den Haag. De sporters van de deelnemende landen zijn inmiddels weer volop in voorbereiding, ze hebben al met al bijna een jaar langer om zich te prepareren voor ons prachtige evenement. Iedere deelnemer heeft zijn of haar favoriete sport. De komende maanden zullen we op deze plek telkens een sport uitlichten, aan de hand van gesprekken met Invictus-deelnemers. Voor aflevering 4, die over zwemmen gaat, spraken we met Yulia Payevska (Oekraïne), Jesper Smollerup (Denemarken) en Raphaël Legros (België).

Door Edward Swier

Zwemmen is, na hardlopen en fietsen, wereldwijd waarschijnlijk de meest beoefende sportieve bezigheid. In grote delen van de wereld hoort zwemles bij de opvoeding, en anders leer je het als spelend kind altijd wel. Dat de sport zo ‘vriendelijk’ voor het lichaam is, maakt dat veel mensen met een kwetsuur – en dus ook gewonde militairen – tijdens hun herstel zwemmen. De bewegingen in het water zijn heilzaam, je doet er kracht mee op. Vandaar dat zwemmen onder de Invictus Games-deelnemers altijd één van de populairste sporten is.

Opnieuw leren zwemmen

Yulia leerde zwemmen als klein kind in Oekraïne, maar moest het eigenlijk opnieuw leren nadat ze gewond was geraakt. “Het moderne zwemmen, met borstcrawl, verschilt veel van hetgeen ik in mijn kinderjaren leerde. Maar de essentie blijft natuurlijk wel hetzelfde. Mijn lichaam is echter ook veranderd, door de leeftijd én door mijn verwondingen. Feitelijk moest ik het gewoon opnieuw leren. Omdat ik wel al een zekere basis had ging dat natuurlijk wel snel de goede kant op. En ik moet zeggen, ik heb er veel lol in.”

Zwemmen is goed voor het lichaam, heeft ook Payevska ervaren. Ze raakte als veldarts gewond aan haar heup tijdens het redden van een gewonde collega-soldaat, liep bovendien een schouderwond en enkele hersenschuddingen op. Ook werd ze geraakt door granaatscherven. De astma die ze sinds een jaar heeft, is ook terug te voeren op haar inzet in de oorlog. Het zwemmen helpt haar fysiek te herstellen.

“Dankzij het zwemmen ontwikkel je je hele lichaam. Het is een ideale sport als je aan het herstellen bent van blessures en operaties. Het is de perfecte workout voor je ‘locomotor apparatus’, je gehele bewegingsapparaat. Het helpt me bovendien om goed met mijn astma om te gaan.”

Zwemmen is overigens, al lijkt het er soms eenvoudig uit te zien, niet de makkelijkste sport. “Nou ja, wil je goede resultaten boeken dan moet je wel een goede techniek hebben. Zwemmen is een combinatie van complexe, gecoördineerde bewegingen en de juiste ademhaling. Het is knap lastig eigenlijk.” Niettemin heeft de sport veel positieve invloed gehad. “Ik zie en voel dat mijn lichaam steeds beter presteert, met elke training word ik beter. En het lijkt zelfs wel of daar geen limiet aan zit. Daar krijg ik vanzelfsprekend veel inspiratie van. Zwemmen, maar dat geldt eigenlijk voor sport in het algemeen, heeft ervoor gezorgd dat ik weer in actie kon komen en weer naar het front kon.”

Minder trainen door Covid-19

Yulia, momenteel gelegerd in gevechtsgebied, kon de afgelopen maanden juist ook om die reden minder trainen. En de situatie met Covid-19 maakte haar mogelijkheden vanzelfsprekend ook kleiner. “Ik heb mijn totale trainingstijd ongeveer gehalveerd, denk ik. Wel had ik de mogelijkheid om in conditie te blijven op de plek waar ik gelegerd was, maar de zwembaden waren wel dicht. Onze basis zit echter wel aan de Zee van Azov. In zee zwemmen is natuurlijk nog wel wat anders dan trainen in een zwembad, maar ik kon tenminste wel aan mijn techniek werken”, aldus Yulia, die gediplomeerd aikido-instructeur is , de ‘zwarte band vijfde dan’ bezit en ook aan handboogschieten en powerliften doet. “Ik heb mijn handboog bij me, de schietschijf staat langs de kust geïnstalleerd. Ik kan trainen als er tijd voor is. Voor mijn powerlifttrainingen ga ik naar het nabijgelegen Mariupol, waar ik in een sportschool met goede coaches kan trainen.”

Extra doel

Ook Raphaël Legros moest ‘opnieuw’ leren zwemmen. “Ik had het ook op de lagere school geleerd, maar ben er eigenlijk pas drie jaar geleden weer mee begonnen. Het was nooit mijn favoriete sport en zal het ook niet worden. Maar, ik doe aan triatlon en daar is het natuurlijk, naast het wielrennen en hardlopen, een onderdeel van”, aldus de Belg, die doorgaans twee keer per week een uur zwemtraining heeft, maar dat vanwege corona tot nul gereduceerd zag.

“Ook in België is het zwembad door Covid-19 gesloten. Ik train echter wel op de fiets en hardlopend. Ik heb in oktober 430 kilometer in het zadel gezeten en minstens 50 kilometer gerend.”

Het bijzondere van Raphaëls verhaal is dat hij juist ook zijn ‘blessure’ in een zwembad opliep, in augustus 2014. Op een ochtend ging de in Spa gelegerde Legros zwemmen. Op een gegeven moment had hij echter geen controle meer over zijn lichaam. Hij vond het moeilijk om te praten, kon slechts met grote moeite het bad uit. Raphaël bleek een beroerte te hebben gehad. “Toen ik na vier dagen uit mijn kunstmatige coma kwam, kon ik niets meer. Ik moest bij alles geholpen worden.” Na twee maanden, en heel veel medische behandelingen, zag Legros zelf de eerste verbeteringen. “Ik kon weer een beetje lopen, nam afscheid van mijn rolstoel.” Na twee jaar pakte hij onder meer voorzichtig het zwemmen weer op, na drie jaar mocht hij weer halve dagen werken en sinds april 2018 begon Raphaël “ook echt weer over sport te praten als ik bewoog. Het begon weer echt ergens op te lijken.”

Sterker, hij liet zich gelden op de fiets – reed bijvoorbeeld Luik-Bastenaken-Luik – en deed mee aan triatlons. Bovendien kreeg hij, met zijn uitverkiezing voor de Belgische ploeg voor de Invictus Games, een extra doel om voor te trainen.

Vanwege zijn fysieke immobiliteit moest Legros, die een arm en been niet goed kan gebruiken, écht zijn best doen om goed te leren zwemmen. “Het was lastiger dan ik dacht. Een groot deel van mijn lichaam reageerde niet en ik heb me in het bad dus echt moeten aanpassen.”

Maar dat is gelukt. Hij heeft er veel baat bij, voor zijn fysieke gestel is zwemmen een meer dan welkome trainingsvorm. “Zwemmen is natuurlijk een ‘vriendelijke’ sport, voor je spieren bijvoorbeeld. In tegenstelling tot hardlopen, waarbij de impact veel groter is. Zelfs al ben je fysiek niet tot alles in staat, dan nog kan je prima zwemmen. Je leert bovendien goed ademen, het vraagt synchronisatie van je bewegingen en je spieren leren bij wijze van spreken ook écht wat bij.”

“Spring er maar in!”

“In Denemarken leren kinderen op de basisschool zwemmen. En we hebben ook een echte traditie in die sport. Ik kan zo een heel rijtje bekende zwemsters opnoemen, die sterk gepresteerd hebben op de Olympische Spelen en wereldkampioenschappen: Susanne Nielsen, Mette Jakobsen en meer recent Lotte Friis en Jeanette Ottesen. Maar zelf heb ik het zwemmen eigenlijk pas weer opgepakt toen ik werd gekozen in het team voor de Invictus Games.”

Jesper Smollerup kan zich die dag nog goed herinneren. “Ik kwam aan in het eerste trainingskamp, was eigenlijk maar net hersteld van een schouderblessure. En de zwemcoach zei doodleuk: spring er maar in en doe je uiterste best. Ik dook erin met de gedachte dat ik het allemaal nog maar moest zien, maar toen ik aan het einde van het bad was, stond er één grote glimlach op mijn gezicht.”

Jesper was in 1994 en 1995 gelegerd in Kroatië, werkte daarna hard in de burgermaatschappij. “Ik heb altijd maar gewerkt, nooit naar mezelf geluisterd.” Onverwerkte herinneringen aan zijn tijd in Kroatië maken echter dat hij niet lekker in zijn vel zat. Pas sinds kort kent hij de diagnose: PTSS. “Ik vind het lastig om in grote groepen te zijn, slaap slecht en heb moeite met mijn concentratie. Bovendien ben ik snel geagiteerd.” Tot voor kort werkte hij altijd maar door, nu neemt hij iets meer tijd voor zichzelf. “Om de energie te hebben om meer met mijn leven te doen.”

Meditatie

In het zwembad, waar hij na de eerdere sluiting vanwege Covid-19 inmiddels weer wat vaker toegang toe heeft, kan hij met zijn gevoelens overweg. “Het is heerlijk om je frustraties, al zwemmend, kwijt te raken. Bovendien past het zwembad bij me, elke bad is hetzelfde. Dat maakt dat ik niet afgeleid raak en ik er vol voor kan gaan. Ik focus me op mijn lichaam, mijn ademhaling, de techniek; het is bijna een soort van mediteren.” Hetzelfde gevoel krijgt hij bij het handboogschieten, een sport die vol routines zit. “Beide doen ze me goed.”

Jesper kan, zegt hij zelf, nog aardig wat bijleren in het bad. “Zwemmen is een technische sport. Ik werk aan mijn techniek en probeer mijn keerpunten te verbeteren. Ik doe echt mijn best, heb graag een doel in zicht. Letterlijk, met de overkant van het bad in zicht. En figuurlijk. Ik ben me zeer bewust dat ik niet alleen aan mijn herstel werk, maar ook bezig ben met de voorbereidingen op de Invictus Games. Daar wil ik op mijn best zijn.”

Meer Nieuws

Alles over sport: #6 – Powerliften

Alles over sport: #6 – Powerliften

Boodschap van de Founding Partners

Boodschap van de Founding Partners

De Invictus Games Den Haag opnieuw uitgesteld

De Invictus Games Den Haag opnieuw uitgesteld